06 – 39 57 55 50

Een succesvolle start van de les

‘Beste studenten, ik ga de komende 45 minuten jullie iets vertellen over…’. Dit is de  meest gebruikte en gehoorde opening van een les.

De eerste minuten van een les zijn van cruciaal belang. Want daarin besluiten de studenten of de les interessant, belangwekkend en boeiend is, of saai, vervelend en geestdodend.

Lukt het jou als docent om studenten te boeien en ze mee te nemen? Heb jij een stimulerende en motiverende aanpak? En zorg jij met jouw start dat je je samen met jouw studenten op hetzelfde niveau zit? Werk met INTRO, de vijf elementen voor een adequate en succesvolle start.

I staat voor Interesse opwekken. Maak een opening waarin je de aandacht van de studenten trekt. Denk aan een kort filmpje, een anekdote, een stelling, een actuele gebeurtenis etc. Pas op voor te veel creativiteit alleen maar vanwege het effect. Zorg ervoor dat de opening aansluit bij de inhoud van de les en bij de belevingswereld van de studenten.

N staat voor Nodig. Laat de studenten weten waarom ze deze les krijgen. Wat is het Nut van de les in relatie tot de cursus en de toets? Ga daarbij ook in op het belang van deze les voor de toekomstige beroepspraktijk.

T staat voor Tijd. Welke plaats heeft deze les in de hele cursus en hoe lang duurt deze les. En niet te vergeten: wanneer is het pauze?

R staat voor Resultaat. Geef aan welke stap studenten door deze les in hun ontwikkeling gaan maken. Wat zijn de leerdoelen en hoe kunnen zij succes behalen op deze leerdoelen? ‘Vandaag leren jullie hoe je de eerste twee fasen van een slechtnieuwsgesprek met een medewerker voert. Dit betekent dat jullie aan het einde van de les allemaal zelfstandig deze twee fasen volgens de theorie geoefend hebben, en deze ook succesvol kunnen uitvoeren’.

O staat voor Opzet. Presenteer de structuur van de les. Welke thema’s komen achtereenvolgens aan de orde en op welke manier?

De volgorde van de vijf elementen is minder van belang, met uitzondering van het eerste aspect, als je ze maar noemt. Als je naar de elementen kijkt dan staat I voor ‘waar gaat het over?’, N en R staat voor ‘wat gaan jullie leren en met welk effect (voor de toets en voor de praktijk)?’ en O en T voor ‘hoe gaan we het doen?’.

Kijk eens naar jouw eerst volgende les en start de les met INTRO. Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen! In een volgend blog lees je meer over hoe je leerdoelen (R) aantrekkelijk kan presenteren in jouw les.

Leestip:

Galan, de K. (2008). Trainingen ontwerpen. Hoofdstuk 11. Amsterdam: Pearson Education.