06 – 39 57 55 50

Onzekere studenten? Wat is een effectieve aanpak?

Heb jij ook wel eens een student die heel gemotiveerd en capabel is, maar aan de andere kant heel onzeker? Dit blijkt bijvoorbeeld als je vraagt naar hoe tevreden hij is over zijn ingeleverde werk (‘Wat vind je er zelf van? Ik heb geen idee, dat moet u maar zeggen’). Of, hoe hij zich opstelt naar een opdrachtgever (niet kritisch en op alles ja zeggen). Of, hoe hij reageert op feedback (‘Ik schrik er zo van’). Hoe ga je als begeleider hiermee om?

De valkuil is om vaak te veel gericht te zijn op de inhoud, waardoor de student zich vaak niet gehoord en erkend voelt en de onzekerheid blijft bestaan. Het is belangrijk om aandacht te hebben voor de persoon van de student in relatie tot zijn taak. Om dit te onderzoeken ga je bij deze studenten meer ondersteunen. Als je ondersteunt, dan is het doel om te achterhalen wat er aan de hand is op het gebied van de leerbereidheid. Wat verstoort het leren en wat heeft de student nodig om goed te kunnen leren? Daarvoor laat je het volgende gedrag zien: Laat OMA thuis, doe LSD en de 3-check.

Laat OMA thuis (oordelen, meningen en adviezen)

We hebben de neiging om vaak snel te reageren met allerlei tips en adviezen op problemen van een student. Als docent ben je nu eenmaal een geboren redder. Pas daarmee op. Het doel is om de student te laten analyseren en hem te laten achterhalen wat er aan de hand is. Al jouw oordelen (‘Dat vind ik nogal kort door de bocht’), meningen (‘Nou ik vind dat…’) en adviezen (‘Als ik jou was dan zou ik…’) staan dit in de weg.

Doe LSD (luisteren, samenvatten en doorvragen)

Neem een andere fysieke houding aan. Leun bijvoorbeeld meer achterover. Je zult zien dat dit een verandering in het gesprek teweegbrengt. Stel een wat-vraag aan de student (‘Wat bedoel je met ik schrik er zo van?’) waarmee je hem uitnodigt meer te vertellen. Luister zo veel mogelijk naar de student. Kijk hem aan en geef luistersignalen (knikken/’ja’/’hm’). Geef gevoelsreflecties (‘wat vervelend’/’wat naar’/’wat verdrietig’) zodat de student zich gehoord en erkend voelt. Vat samen (‘Als ik je goed hoor dan zeg je dat…’) en check of je samenvatting klopt. En vraag veel door. Dit kun je makkelijke doen door te herhalen wat de student zegt met ‘wat’ ervoor (‘Wat bedoel je met…’).

Doe de 3-check

Als helder is wat de student belemmert, kun je vervolgens doorgaan naar mogelijke oplossingen. Check voordat je dat doet eerst drie zaken:

  1. Check of je de student volledig hebt begrepen
  2. Check of de student alles heeft kunnen vertellen
  3. Check wat de student nodig heeft

Het antwoord op de derde vraag geeft je een mogelijkheid hoe je de student kunt ondersteunen. Zo vertelde een student mij dat zij behoefte aan complimenten had en dat ik haar die weinig gaf, waardoor ze onzeker werd. Voor mij een kleine moeite, voor haar een groot effect. Maak, wanneer nodig, nieuwe afspraken over hoe jullie in het vervolg gaan samenwerken.

Kijk of je studenten kunt ondersteunen wanneer zij onzeker zijn. Laat ze zelf hun onzekerheid onderzoeken en wat hen kan helpen om zich zekerder te voelen. Zorg voor een luisterend oor en vraag daarbij wat jij als begeleider kunt doen. Je neemt die onzekerheid nooit helemaal weg, maar je kunt hem wel deels hanteerbaar maken.