06 – 39 57 55 50 info@dedocentenacademie.nl

Hoe verleid je studenten tot voorbereidende opdrachten?

In een goede blended mix bepaal je wat de leeractiviteiten zijn die je voor, tijdens en na een fysieke bijeenkomst door studenten laat uitvoeren. Zo kun je studenten voor je werkcollege een kennisclip laten bekijken, een quiz laten invullen, een analyseopdracht laten maken etc. Je wilt graag dat studenten thuis al actief aan de slag gaan met de lesstof zodat jij in je werkcollege dieper op deze lesstof in kan gaan en je studenten vooral ook van elkaar wilt laten leren. Een belangrijk voorwaarde is dat studenten deze opdrachten dan ook uitvoeren. Helaas gebeurt dat niet altijd. Er zijn een aantal belangrijke voorwaarden waar voorbereidende opdrachten aan moeten voldoen, willen studenten überhaupt ermee aan de slag gaan.

  1. Benoem de relatie tussen de opdracht en het leerdoel van het college

Studenten weten dan waarom en hoe de opdracht bijdraagt aan hun te behalen leerdoel. Voorbeeld: ‘Door deze opdracht analyseer je de voor en tegens van biologische bestrijdingsmiddelen. In het werkcollege gaan we vervolgens kijken naar de specifieke toepassing van deze middelen binnen de fruitteelt’

  1. Wissel de opdrachten af qua vorm

Zorg voor variatie in de opdrachten per werkcollege en tussen de werkcolleges. Varieer op inhoud, op de soort opdracht (een kennisclip bekijken versus een analyse uitvoeren), met wie ze de opdracht uitvoeren, op het resultaat (presentatie/poster/mindmap) en op welke bronnen ze kunnen gebruiken.

  1. Geef studenten keuze

Studenten ervaren hierdoor dat ze invloed en regie hebben op hun leren. Bied keuze in de volgorde van de opdrachten, de keuze om samen of alleen de opdrachten te doen, de keuze om al iets in de klas te doen. Je kunt ook werken met een extra opdracht die je aanbiedt als keuze (‘voor diegene die nog iets extra’s willen doen’). Dit laatste kan heel stimulerend zijn

  1. Zorg voor een heldere instructie

Een opdracht staat of valt bij een adequate instructie. Zorg altijd voor een instructie op papier en in de digitale leeromgeving zodat studenten de opdracht kunnen nalezen. Geef in de opdrachtomschrijving altijd de volgende elementen aan: de gevraagde activiteit (‘een kennisclip bekijken met de volgende vraag…’), het te behalen leerdoel (‘zodat je benoemt wat de voor- en nadelen zijn van…’), het te behalen resultaat (‘op schrift twee argumenten voor X en twee argumenten tegen X’), wat je met het resultaat in het werkcollege gaat doen (‘we vergelijken de uitwerkingen met elkaar’) en de gevraagde tijdsinvestering. En vergeet niet te zorgen voor uitnodigende taal (‘ik vraag je om…’). Introduceer en licht de opdracht toe in het voorafgaande college.

  1. Zorg voor follow-up

Iedere opdracht vraagt om een nabespreking. Creëer meerwaarde van de opdracht door een effectieve nabespreking of inzet van het resultaat in het werkcollege. Juist op die momenten ervaren studenten succes van hun werk en wordt het leren zichtbaar.

Als je deze tips opvolgt, leg je een mooie basis en stimuleer je dat zo veel mogelijk aan de slag gaan.