06 – 39 57 55 50 info@dedocentenacademie.nl

Hoe laat je studenten zo veel mogelijk leren? Gebruik de begeleidingsladder

In begeleidingsgesprekken met studenten stellen ze je regelmatig allerlei vragen zoals ‘hoe lang moet het rapport zijn?’ of ‘moeten we het PAR-model ook uitleggen?’ of ‘moeten we voor elke mogelijke ramp een interventie verzinnen?’. Heb jij ook vaak de neiging om op alle vragen een antwoord te geven om studenten verder te helpen?

Het is de vraag in hoeverre je studenten écht verder helpt door direct zelf een antwoord te formuleren. Als jij een antwoord geeft, stopt namelijk vaak het leren. Als je niet direct een antwoord geeft, maar iets anders doet, kun je de studenten tot meer nadenken bewegen. De ene reactie van jou draagt dan ook meer bij aan het leren dan de andere. In de volgende begeleidingsladder zie je wat je het beste kunt doen.

De eerste afweging die je maakt op een vraag van de studenten is of datgene wat gevraagd wordt bekend mag worden verondersteld op basis van de handleiding, colleges of andere bronnen. Als dat zo is, dan koppel je dat terug (‘als het goed is, weten jullie dit zelf al’). Als dit niet zo is, kun je de volgende tredes van de begeleidingsladder nemen, waarbij iedere hogere trede tot minder zelfstandig leren en minder autonomie bij studenten leidt.

Trede 1: luisteren en observeren (neem fysiek afstand/laat stilte vallen/kijk de studenten aan)

Trede 2: geef je waarneming terug (‘ik hoor jullie zeggen dat je niet goed weten waar de vragenlijst af te nemen en dat jullie daarop vastlopen’)

Trede 3: stel een vraag aan de groep waarmee je de voorkennis in de groep activeert (‘heeft iemand een idee hoe dit te doen?’)

Trede 4: verwijs naar bronnen (‘kijk eens bij of in…mogelijk dat dat jullie gaat helpen’)

Trede 5: geef advies (‘jullie kunnen bijvoorbeeld in mijn les je vragenlijst afnemen of in een les van een collega van mij’)

Trede 6: leg op wat te doen (‘jullie moeten morgen de vragenlijst gaan afnemen zodat je voldoende tijd hebt om genoeg respondenten te hebben’) en geef aan waarom.

Je ziet dat je met jouw reactie dus meer of minder stuurt en het zelf nadenken meer of minder bevordert. Afhankelijk van de studenten en de fase van de opdracht, streef je er met je begeleiding naar zo laag mogelijk te reageren zodat je veel ruimte aan de studenten laat en hen stimuleert tot leren.

Het is interessant om te onderzoeken op welke trede je nu voornamelijk zit tijdens je begeleiding. Kijk vervolgens of je eerstvolgende keer met je gedrag een stapje lager kunt gaan en kijk dan vooral naar wat het effect is op de studenten. In hoeverre zet je hun aan tot meer of minder nadenken?