06 – 39 57 55 50

Hoe kom je uit een vastgelopen begeleidingspatroon?

Heb je wel eens het idee vast te zitten met je begeleiding? Een student is niet vooruit te branden en iedere tip of advies die jij geeft wordt door hem/haar ter zijde gelegd. Ik kan mij herinneren dat ik een keer hier zo geagiteerd door werd dat ik de student boos en verwijtend aansprak dat zij toch niets van mij aannam. Hoe helpend was dit?
Achteraf zie ik dat we vastzaten in onze communicatie. Ik wilde haar alleen maar helpen en zij stelde zich steeds meer als slachtoffer op. Daardoor kreeg ik het idee dat zij niet geholpen wilde worden en werd ik narrig. We zaten vast in de dramadriehoek!

Hoe kan je als docent uit dit communicatiepatroon komen?
Als eerste is het essentieel dat je erkent dat je vastzit met de student. Dit voel je vaak fysiek (ongemak, spanning) en je hoort het vaak doordat jij of de student veel ‘ja, maar’ gebruikt.
Wat kan je dan vervolgens nog meer doen? De volgende vijf tips zijn het proberen waard.
1. Laat een stilte vallen in het gesprek en verander van fysiek. Doordat je even niets zegt, doorbreek je het interactiepatroon. Dit versterk je door bijvoorbeeld een andere houding aan te nemen. Ga eens achterover leunen in plaats van op het puntje van je stoel te blijven zitten.
2. Laat ander gedrag zien. In plaats van allerlei adviezen of tips te geven, stel je bijvoorbeeld een vraag (‘hoe wil jij die steekproef gaan uitvoeren?’/’welke methodiek had jij in gedachten?’).
3. Help de student om zelf met oplossingen te komen en/of om zijn behoefte helder te krijgen (‘wat kan ik voor je doen?’/’waar heb je nu behoefte aan?’). Hiermee leg je de verantwoordelijkheid waar hij hoort en krijg je helder wat zijn/haar leerwens is.
4. Benoem en check wat er aan de hand is bij jou, bij de student of in jullie relatie. Beschrijf letterlijk wat er gaande is, iets in de orde van ‘Ik geef je allerlei tips en adviezen en ik hoor je zeggen dat je daar niet zo veel mee kan. Klopt dit?’. Let op dat je een onderzoekende houding inneemt. Je wilt tenslotte jullie gezamenlijke patroon veranderen zonder in het verwijt te vallen dat je student het verkeerd doet. Jullie dragen immers beiden bij aan de manier van samenwerken.
5. Gebruik humor. Als je de lachspiegel kan inzetten, doorbreek je vaak direct het patroon dat ontstaan is ‘Joh, jij hebt het ook wel slecht getroffen met mij. Natuurlijk kan ik je helemaal niet helpen. Je bent al de zoveelste student bij wie mij dit gebeurt. Ik denk dat ik nu mijn carrière als docent maar echt aan de wilgen hang.’. Wanneer je dan je student ook nog om hulp vraagt om jou te helpen hem of haar beter te ondersteunen, neem je helemaal een lerende houding aan en kun je samen onderzoeken wat beter werkt.

Oefen met deze tips wanneer je het idee hebt vast te zitten in je begeleiding. Wij horen graag jouw ervaringen op: info@dedocentenacademie.nl