06 – 39 57 55 50

De tweede stap bij feedback: geef concrete feedback aan de hand van de succescriteria

‘Ik vond de briefing heel duidelijk’/’De presentatie was nogal saai’/’Jullie rapport is goed’. Dit is veel gehoorde feedback van studenten maar vaak ook van docenten op producten. Tsja en wat kan je als student met dit soort feedback? Want wat is ‘duidelijk’, ‘saai’ en ‘goed’? Hoe zorg je er nu voor dat jij duidelijke feedback geeft waar de student echt iets mee kan?

In ons vorige blok presenteerden we het driefasenmodel van feedback en hebben we de eerste stap uit fase 1 toegelicht: de student aan het woord. Nu gaan we verder met het vervolg van deze stap: geef feedback aan de hand van succescriteria. De student heeft een iets gedaan of ingeleverd en verwacht van jou feedback vanuit jouw rol als deskundige. Wil je dat feedback geaccepteerd wordt, herkenbaar is en de student het belang ervan inziet, volg dan deze twee stappen:

Stap 2 Start met complimenten op resultaat

Begin altijd met positieve opmerkingen over wat je gezien en/of gehoord hebt. Hiermee stem je de student gunstig, laat je hem succes ervaren (‘ik kan iets’), geef je hem vertrouwen en daarmee bevorder je het leren. Geef een welgemeend compliment door heel concreet aan te geven wat goed is (‘jouw onderzoeksvragen zijn heel concreet geformuleerd’) en wat het effect daarvan is (‘waardoor ik heel duidelijk lees wat je gaat onderzoeken’). Ook al vind je het lastig iets te vinden, dan kun je nog een compliment geven over de inspanning die de student geleverd heeft. Hij/zij heeft tenminste iets gedaan, toch?

Stap 3 Geef overall feedback op een aantal onderwerpen

Vervolgens geef je jouw feedback op een aantal globale aspecten. Een belangrijke stelregel is dat iets pas relevant is om te melden als het een patroon is. Eén keer een spellingsfout is nog een incident, twee keer dezelfde fout is nog toeval maar als je drie keer deze fout ziet dan heb je een patroon te pakken. Meld dus patronen en laat daar concrete voorbeelden van zien en koppel deze aan de succescriteria (‘foutloos spellen’). Zo krijgt de student ook mee dat hij hierop beoordeeld wordt.
Het mooie is als je ook voorbeelden kan laten zien waarin hij dit juist wel goed doet. Hierdoor laat je immers zien dat hij het wel kan maar nog niet altijd doet.

Als je deze stappen goed hebt doorlopen, kun je over naar fase 2. Want hoe weet je nu dat de student de feedback begrepen heeft en er ook daadwerkelijk iets mee gaat doen? Daarover lees je meer in ons volgende blog.