06 – 39 57 55 50 info@dedocentenacademie.nl

Ben jij een goede TOL-docent?

Herken jij één van de volgende situaties?

Studenten die moeite hebben om een academische tekst te begrijpen. Een verslag krijgen waarin de structuur ver te zoeken is. Afstudeerrapporten met onsamenhangende alinea’s of kromme zinnen.

Van een student in het hoger onderwijs mag je toch enige taalontwikkeling verwachten? Helaas valt dit vaak tegen. Er bestaat vaak een kloof tussen het taalniveau van beginnende studenten en het taalniveau dat verwacht wordt om de docent en het studiemateriaal te kunnen begrijpen en verwerken. Een goede taalbeheersing blijkt een noodzakelijke voorwaarde voor studiesucces. Als een student niet goed begrijpt wat er staat, wat er gezegd wordt of wat er gevraagd wordt, hoe kan hij dan een opdracht tot een goed resultaat brengen?

Dit betekent dat je als opleiding meer moet doen dan het afnemen van een diagnostische taaltoets of verwijzen naar de cursussen Taalbeheersing of Nederlands binnen de opleiding, voor zover je die al hebt. Het vraagt om een integrale aanpak van alle docenten.

Taalontwikkelend lesgeven, kortweg TOL, biedt een oplossing om gezamenlijk de problemen aan te pakken. TOL maakt je bewust van je eigen taalgebruik en leert je hoe je beter aansluit bij de belevingswereld van studenten. Het is een manier van lesgeven waarbij je als docent, ook als niet-taaldocent, nadrukkelijk een rol speelt in het stimuleren en ondersteunen van de taalontwikkeling van je studenten.

Bij TOL gaat het om drie principes: context, interactie en taalsteun. De principes hangen met elkaar samen.

Bij context gaat er om studenten een idee te geven van de tijd en de plaats wanneer je bepaalde begrippen gebruikt. Je geeft studenten een herkenbaar kader als kapstok voor de nieuwe lesstof. Je kunt nieuwe lesstof ophangen aan: de leefwereld van de studenten, de actualiteit, de studie of  het beroep.

Bij interactie stimuleer je de  studenten actief met de lesstof aan de slag gaan door erover te praten en/of erover te schrijven. Zo leren ze de vaktaal actief te gebruiken. Stimuleer dus de taalproductie bij studenten.

Bij taalsteun bied je studenten steun bij het begrijpen en zelf produceren van nieuwe taal in het vak. Denk hier bijvoorbeeld aan het gebruik van beeldmateriaal  of grafische weergaven. Ook helpt het door bij een tekst ondersteunende vragen te stellen. Ook de wijze waarop je feedback geeft op taal speelt hier een grote rol. Corrigeer op een zachte manier in plaats van te zeggen ‘dat is fout’.

Wil je weten of jij een taalbewuste vakdocent bent? Doe de sneltest

Wil je een toelichting op de basisprincipes en handige technieken? Zie leidraad